Hoofd menu

donderdag 27 juni 2019

Ormus wat is dat?


Het is begonnen in 1976, in Phoenix, Arizona. Daar woond een rijke kantoenboer genaamd DavidHudson die zo’n dertig duizend hectare grond bezat. Hij had een groot hun 40 werknemers en 4 miljoen dollar krediet bij de bank. Hi inoemde zichzelf “Mr. Material Man”. Toch ging het niet
lang duren voor het lot hem op een avontuurlijke alchemistische zoektocht zou zetten op weg naar het
uiterst interessante ORMUS

Een probleem waar hij mee kampte was dat zijn grond moeilijk doordringbaar was voor water, dat kwam door, toentertijd een van nature daar aanwezig hoog gehalte aan natrium in de bodem. Om dat op te lossen injecteerde hij de grond met 15 ton geconcentreerd o.a zwavelzuur per hectare, waarna het werd beregend, en het water en het zwavelzuur een reactie met elkaar aangingen waardoor de bovenste laag van de grond na toevoeging van natriumcarbonaat (om de voedingssto×en te beschermen) binnen twee jaar veranderde in een stuk grond wat weer geschikt was om op planten te kweken.
Toen hij een bodemanalyse maakte viel op dat een van de overgebleven elementen een vreemde eigenschap vertoonde. Wanneer het spul opdroogde in de hete Arizona zon bij een temperatuur van 115 graden celsius en 5% luchtvochtigheid vatte het bij neerslag vlam, en veroorzaakte een explosie van wit licht en verdween dan vervolgens. Bij wijze van experiment hebben ze de substantie laten drogen op een wat minder warme plek, ergens uit de zon en het daarna uitgetest in een smeltkroes met lood. Het idee is dat metalen lichter dan lood in gesmolten toestand naar boven zouden moeten komen drijven en metalen met een zwaarder soortelijk gewicht die zouden omlaag moeten zakken. Bij deze test bleek de merkwaardige substantie vast en zwaar te zijn waardoor het net als zilver en goud naar de bodem van het lood zakte. Merkwaardig was ook dat wanneer je normaal met een hamertje op een substantie als zilver of goud slaat dan kun je die zo uitkloppen en daar hele vellen van maken, wanneer echter men met de hamer op de merkwaardige substantie sloeg dan sprong het kapot alsof het van glas was.

ijzer, silica en aluminium?
Bij onderzoek in een laboratorium leek het ORMUS te bestaan uit ijzer, silica en
aluminium. Maar…..dat kon niet, want het loste niet op in zwavelzuur, zoutzuur en
salpeterzuur terwijl ijzer, silica en aluminium daardoor zouden zijn afgebroken.
Het volgende wat ze deden was een expert van de universiteit van Cornell inhuren die
gespecialiseerd in edelmetalen was. Hij vertelde dat de universiteit een apparaat had die
3-5 delen per miljard kon analyseren. De merkwaardige substantie wat naar alle
waarschijnlijkheid een edelmetaal zou moeten zijn werd wederom aan een test
onderworpen. En wederom bleek op 2% vervuiling na als uitkomst hetzelfde, namelijk
ijzer, silica en aluminium.
Nadat deze 2% aan onzuiverheden er nog uit werden geÒlterd werd het opnieuw aan een
test onderworpen. De uitkomst was onthutsend. Iedereen die erbij was kon duidelijk de
gloeiend hete kraal zien zitten terwijl de apparatuur het als “zuiver niets” registreerde.
Opnieuw liet Hudson er een andere wetenschapper bij komen, een spectroscopist, hij was
opgeleid in Duitsland aan het Instituut voor Spectroscopie, had gewerkt als
hoofdtechnicus bij een organisatie in Los Angeles dat spectroscopische apparaten
ontwikkelde. Hij ontwierp spectroscopen, maakte de blauwdrukken, was verantwoordelijk
voor de constructie en de tests en gebruikte ze zelf ook. Echter bleek de spectroscoop
maar een brandtijd van 15 seconden te hebben wat te kort was om de substantie tot zijn
kookpunt te brengen, de zoektocht ging door en men stuurde een proefmonster naar de
Britse Harwell Laboratories van AEA Technology in Oxfordshire, dit maal voor een
neutronenactivatie-analyse, maar ook dat gaf geen bevredigend resultaat.

De Russen brachten licht op de zaak
Uiteindelijk kwam het antwoord van de Sovjet- Russische Academie van Wetenschappen,
voor een bruikbare uitkomst gaven ze te kennen dat een spectroscopische brandtijd van
300 seconden nodig was, wat 20x zo lang was als wat mogelijk was in het Westen. Gezien
dit natuurlijk ook weer gedaan moest worden onder speciale omstandigheden besloot
David Hudson dat ze dan de details zouden opvragen bij de Russen en de apparatuur
volgens hun speciÒcaties zelf op te bouwen, daarna werden de tests herhaald met een
oorspronkelijk ruw proefmonster.

Edelmetalen in een onbekende staat

De eerste 15 seconden gaven de
bekende uitkomst waar, namelijk ijzer,
silica en aluminium maar met minieme
sporen van calcium, natrium en titanium.
Toen dat alles was weggebrand stopte
de meting, precies als bij de test in
Cornell werd de 98% overgebleven substantie herkend als “zuiver niets”. Dan proberen ze
met een langere brandtijd, 25, 30, 35 tot uiteindelijk 70 seconden. Nog steeds werd er
niets gemeten. Dan nog wat langer en plots wordt het proefmonster weer herkend als
palladium, na nog eens twintig seconden werd het platina en daarna ruthenium, rhodium,
iridium en osmium, op 220 seconden.
Dit alles gebeurde onder leiding van Siegfried, de Duitse spectroscopist en de testen
werden nog twee jaar doorgezet met diverse analytische varianten, maar wat vast stond
was dat ongeveer 98% van de mysterieuze substantie uit edelmetalen bestond – in een
toestand die normaal niet opgemerkt werd.
Tot dan toe was het een nauwelijks waarneembaar particuliere zoektocht geweest maar
het kon niet lang uitblijven voor ook de overheid geïnteresseerd zou raken. Plantina groep
metalen vertegenwoordigden een grote marktwaarde van ongeveer 3000 dollar per
ounce. Het zou niet lang duren voor duidelijk zou worden dat er iets bijzonders aan de
hand was in Phoenix Arizona.

Een nieuwe expert diende zich aan met een metallurgische opleiding van de Iowa State
University, na drie jaar onderzoek moest hij bevestigen dat het inderdaad de genoemde
edelmetalen waren hetzij dan in een vorm die tot dan toe nog volkomen onbekend was in
de wetenschap.
ORMUS Patent
Er gaan dan wat jaren aan onderzoek voorbij voordat David Hudson besluit om patent
aan te vragen op zijn ontdekkingen. Hij liet in 1987 en 1988 de Amerikaanse en
wereldwijde patenten in totaal 22, vastleggen die hij Orbitally Rearranged Monatomic
Elements, of afgekort ORME’s noemde, wat al snel ORMUS is gaan heten. Het zijn
edelmetalen zonder hun edelmetalen eigenschappen waardoor ze bij inname niet de
belastende eigenschappen van metaal hebben.
Om aan de eisen te kunnen voldoen die nodig waren voor de registratie waren
aanvullende testen nodig die gespeciÒceerde gegevens zouden moeten gaan opleveren.
Er werd apparatuur voor thermo-gravimetrische analyse aangeschaft zodat onder andere
de proefmonsters gedurende het gehele proces constant gewogen zouden kunnen
worden

Gewichtloosheid en levitatie
Tijdens deze onderzoeken gebeurde het onmogelijke. Op enig
moment zakte het gewicht van het proefmonster spectaculair
terug tot 56% van het oorspronkelijke gewicht. De vraag was,
waar was de overige 44% gebleven? Naarmate het proefmonster
in een vacuüm nog meer werd verhit tot 1160 graden Celsius
transformeerde het edelmetaal vervolgens in een prachtig
helder glas en keerde haar gewicht terug tot de volledige 100%
van de originele staat.
Onthutst zette de wetenschappers hun onderzoek door. Wanneer het proefmonster
steeds weer werd verhit en afgekoeld onder inerte gassen, bracht het koel proces de
substantie naar 400% van het originele startgewicht. Indrukwekkend, want wanneer het
weer werd verhit woog het nog minder dan niets – ruim onder het nul gewicht. Het witte
proefmonster was dus in staat om zijn eigen gewichtloosheid door te geven aan zijn
gastheer, de schaal waarop het ORMUS proefmonster lag. Niet alleen het poeder dus,
maar ook de schaal begon te leviteren!
De apparatuur werd onderzocht en de fabrikanten werden gebeld om te controleren of
alles wel goed was met de apparatuur maar kwamen met de conclusie na de controle dat
alles uitstekend functioneerde bij alle test sto×en die zij daarvoor hadden gebruikt. De
enige uitzondering op de regel was het witte proefmonster uit Phoenix.

Supergeleiding
Het proces bleek ook herhaalbaar, het zakte steeds naar 56% van diens gewicht en bij
afkoeling steeg het weer tot 300 of 400 procent daarvan – of daalde juist tot onder nul als
het opnieuw verhit werd. Weer tijd voor experts, deze keer werd in contact getreden met
experts van Varian Corporation in Californië.
Als het gewichtsverlies zou zijn opgetreden bij afkoeling, merkten ze op, zouden ze
hebben moeten concluderen dat het witte poeder een supergeleider was – maar omdat
het in de plaats daarvan juist verhit wordt zeiden ze dat ze geen idee hadden wat daar nu
precies gebeurde. Blijkbaar wisten ze niet dat er in 1986 bij IBM ook supergeleiders
ontdekt waren in het Research Laboratory in Zurich. Tot die tijd was men er vanuit gegaan
dat supergeleiders alleen stabiel waren bij extreem lage temperaturen, en die werden
bereikt met behulp van vloeibaar helium.

DIY Tip: Het is ook mogelijk om relatief eenvoudig ORMUS te oogsten uit
bijvoorbeeld Dode Zeezout.


1. http://www.subtleenergies.com/ormus/patents/ukpatent.htm2. http://www.subtleenergies.com/ormus/patents/patents.htm



Geen opmerkingen :

Een reactie posten